![]()
![]()
![]()
![]()
![]()
Algemeen
TIBETAANSE TERRIËR
Land van herkomst: Tibet (Engeland)
Korte geschiedenis van het ras
De Tibetaanse Terriër heeft een duistere oorsprong. Hij is echter al eeuwenlang typevast. Het ras behoort tot de herdershonden en is derhalve geen
terriër, hetgeen verwarring kan scheppen. De hond kan zich zeer goed voortbewegen, ook in moeilijk terrein, en wordt door de nomadenstammen in de Tibetaanse berggebieden als
waak - en herdershond gebruikt. De ruige vacht wordt door de nomaden tevens gebruikt voor het maken van wol. Het ras kwam in de jaren dertig van de vorige eeuw naar Engeland en Amerika en heeft veel waardering geoogst als
gezelschaps- en tentoonstellingshond. Ook daarbuiten is hij gewild.
Rasbeschrijving
De Tibetaanse Terriër is een middelgrote hond met een weelderige vacht. Hij is vrolijk en alert en ietwat terughoudend tegenover vreemden.
Hoofd: middelbrede schedel, tamelijk vlak tussen de oren, enigszins uitgesproken stop. Matig brede voorsnuit, waarvan de lengte de helft is van die van het hoofd. Zwarte neusspiegel, Rijkelijk behaard hoofd met een baard op de kin.
Ogen: groot, donker, staan ver uit elkaar met zwarte oogranden.
Oren: hangend, maar niet te dicht tegen het hoofd, V-vormig, tamelijk klein, rijkelijk behaard.
Gebit: tanggebit of licht ondervoorbijtend.
Lichaam: compact, krachtig, vierkant, ruime borstkas, licht gewelfde lendenpartij.
Ledematen: rechte voorbenen, voor normale hoeking, achter zeer goede hoeking, lage sprongen. De achterbenen zijn iets langer dan de voorbenen, rechte rug. Rijkelijk behaarde benen.
Voeten: groot, rond, met een weelderige vacht, ook tussen de tenen. De hond staat goed op de voetzolen.
Gangwerk: de voor- en achterbenen lopen in hetzelfde spoor bij stap en draf.
Staart: middellang, tamelijk hoog aangezet, wordt licht gekruld over de rug gedragen, rijkelijk behaard.
Vacht: dekhaar en onderhaar. Het onderhaar is dicht en zacht, het dekhaar weelderig, fijn en lang, recht of golvend.
Kleur: wit, goudkleurig ,crème, grijs of rookkleurig, zwart, twee- of driekleurig.
Schofthoogte: reu 36-41 cm, teef iets kleiner.
![]()
Pluis is op 10 mei 1996 geboren uit een nest van 4, en heb haar gekocht in
Beveren (België).
Papieren hebben we er niet van maar dat hoeft ook niet,ze is zo lief genoeg.
Waarom de naam Pluis:Toen ik haar ging ophalen was het net een pluizebol vandaar
de naam.
Karakter:Is heel lief voor de kinderen,en is ook altijd in hun buurt te
vinden , rustig , alleen als ze het woord wandelen hoort dan gaat ze uit haar
bol.
Meestal weten we niet eens dat we een hond in huis hebben ,blaft zelden of nooit
alleen als er een vreemde aan de deur komt laat ze iets horen.
1 keer heeft ze een paar dagen bij een kennis gelogeerd en mag altijd weer komen
als het nodig moest zijn,het eerste half uurtje zat ze piepen en daarna hebben
ze haar niet meer gehoord ,alleen toen er een vriendje van de zoon achterlangs
kwam blafte ze , waar ze nog van stonden kijken dat ze dat ook nog kon.
Ze is wel bang voor onweer en vuurwerk en durft dan wel eens een pakketje achter
te laten door de angst,maar voor de rest nooit geen problemen.
In 1 woord een hele lieve hond.
Voor foto's van Pluis klik op next
